In Deel 1 zagen we hoe LinkedIn patronen leest. In Deel 2 keken we naar hoe je profiel die patronen meebepaalt. Dit deel gaat over de vraag waar de meeste mensen mee worstelen: wat moet ik dan eigenlijk posten?
Het standaardadvies is "post vaker." Aanwezig zijn. Iets delen. Iets zakelijks, iets persoonlijks, beetje mening. Klinkt logisch. Wie vaker post, wordt vaker gezien. Toch?
Niet helemaal.
Vaker posten helpt alleen onder één voorwaarde
Frequentie werkt pas voor je als LinkedIn en je publiek steeds beter gaan begrijpen waar jij voor staat. Schiet je elke keer een andere kant op, dan bouw je geen herkenning op, maar verwarring. En verwarring is killing voor je bereik.
Goede content zonder duidelijke richting krijgt vaak alsnog weinig bereik. Niet omdat de post slecht is, maar omdat LinkedIn niet weet aan wie het 'm moet laten zien.
Wat random posten doet met je signaal
Stel je voor: je staat op een netwerkborrel. Tegen de eerste persoon zeg je dat je recruiter bent. Tegen de tweede dat je businesscoach bent. Tegen de derde dat je iets met AI doet. Tegen de vierde dat je "mensen in beweging zet."
Aan het eind van de avond weet niemand wat je doet.
Maar iedereen weet wel dat je lang hebt gepraat.
Zo werkt het ook op LinkedIn. Elke post die een andere kant op gaat, is een nieuw verhaal aan de borrel. Het platform moet steeds opnieuw gokken bij welke groep jij hoort. En hoe meer het moet gokken, hoe minder gericht je content verspreid wordt.
Herhaling is niet hetzelfde als herkauwen
Hier blokkeert het bij veel mensen. Ze denken: als ik altijd over hetzelfde schrijf, word ik saai. "Daar heb je hem weer met z'n recruitment." "Daar heb je haar weer met leiderschap."
Maar zo werkt herkenning juist.
Mensen koppelen jou niet aan een onderwerp omdat je het één keer noemt. Ze koppelen jou eraan omdat je er steeds op terugkomt, telkens vanuit een andere hoek.
Het verschil tussen herhaling en herkauwen zit in de invalshoek, niet in het onderwerp. Je hoeft niet elke week dezelfde post te plaatsen als een kapotte printer met wifi-problemen. Eén thema kun je vanuit twintig kanten benaderen:
- een concrete klantcase
- een fout die je vroeger maakte
- een veelgehoorde misvatting waar je tegenin gaat
- een observatie uit een gesprek deze week
- een praktische tip die niemand toepast
- een frustratie over hoe je vakgebied wordt gepresenteerd
- een mening waar mensen het oneens mee zullen zijn
- een voorbeeld uit een andere branche dat toch klopt
Dat is geen saaiheid. Dat is autoriteit bouwen.
De vraag die je voor elke post moet stellen
De meeste mensen denken bij het schrijven van een post:
"Wat zal ik vandaag eens posten?"
Verkeerde vraag. Die leidt onvermijdelijk tot scatter. Vandaag iets over leiderschap, morgen iets over AI omdat het toevallig voorbijkwam, overmorgen iets persoonlijks omdat dat bij iemand anders goed scoorde.
De betere vraag is:
"Draagt deze post bij aan waar ik bekend om wil worden?"
Dat is een totaal ander vertrekpunt. Het filtert de helft van je ideeën meteen weg. En de andere helft wordt scherper, omdat je weet welk doel de post dient.
Actief zijn is niet hetzelfde als bouwen
Veel mensen verwarren activiteit met opbouw. Drie posts per week, overal reacties achterlaten, altijd zichtbaar in de tijdlijn. Voelt productief.
Maar als die activiteit alle kanten op rent, leg je meters af zonder ergens aan te komen. Tempo prima, afstand nul.
LinkedIn beloont steeds meer de mensen waarvan je na drie posts al weet: dáár moet ik zijn voor dit onderwerp. Niet de mensen die het hardst rennen.
De vraag is uiteindelijk niet "post ik wel genoeg?"
De vraag is: "Wordt het voor LinkedIn én voor mijn doelgroep steeds duidelijker waar ze mij van moeten kennen?"
Als het antwoord nee is, post je misschien veel. Maar je bouwt weinig. En dat is zonde van je tijd én van je bereik.
Reactie plaatsen
Reacties